Op 5 en 6 maart kwamen 15 deelnemers namens 7 noordelijke organisaties naar Zoetermeer. Deze tweedaagse is de voorbereiding van noordelijke ngo's op een ontmoeting met oostafrikaanse ngo's om samen te leren over internationale relaties. Het belooft wat: Een dynamische groep, een organisch programma en een experimentele manier voor het verwerken van de leerresultaten.
Tijdens de tweedaagse bijeenkomst wordt namelijk gewerkt met Wiki's; een virtuele leeromgeving waar theorie en ervaringen gedeeld kunnen worden binnen de groep. De resultaten van de dagdelen worden door de deelnemers verwerkt op een persoonlijke pagina in de leeromgeving.
Tussen de veel creatieve werkvormen door werd, indien relevant wat theorie ingebracht. Aan de wand hingen drieluikjes met toepasselijke theorie die afgedekt waren. Als het gesprek in de richting ging van een aspect waar bepaalde literatuur een helder licht op kon werpen, werd de theorie in het gesprek betrokken.
Het uiteindelijke doel van de tweedaagse is om de deelnemers te begeleiden in het formuleren van voorbeelden die aangeven wat er moeilijk is in de relatie met zuidelijke partners. Deze ‘dilemma's' zijn vervolgens input voor de agenda van de uiteindelijke Moshi dialoog.
Wie ben je?
De ontmoeting begon met een opwarmer waarbij de deelnemers uitgedaagd werden om wat van zichzelf te laten zien. Om erachter te komen wat aangeleerd was (nurture) en wat in jezelf vergrendeld zit (nature) moesten ze elkaar twee vragen stellen: ‘Wie ben je en wat is er onveranderbaar aan jou?' en ‘Wie ben je en hoe ben je opgevoed?'.
De kapstok
Jacqueline Verhagen, facilitator of learning bij PSO stelde vervolgens het programma voor. De focus van dit traject is: Internationale relaties in de ontwikkelingssector gericht op capaciteitsontwikkeling. ‘Goede capaciteitsontwikkeling staat of valt onder andere met de kwaliteit van de relatie die we hebben met organisaties in het zuiden.'
Vijf terreinen vormen de rkapstok voor het programma:
• De aard van de relaties.
• De wijze waarop de ontwikkelingssector georganiseerd is.
• Culturele diversiteit.
• Verschillende rollen in de relatie.
• Dilemma's die voortkomen uit de historie van de relatie tussen de continenten (deze laatste komt verder niet aan bod, wellicht wel in de film. . . . . )
Jacqueline geeft aan dat het vierde punt (verschillende rollen) de uiteindelijke aanleiding was voor dit hele traject. ‘Als we het over relaties met zuidelijke partners hebben, lijkt het of we in relatietherapie zijn gegaan, maar vergeten hebben onze partner mee te nemen. Zien zuidelijke partners ook dat we verschillende rollen hebben? Of zien ze bijvoorbeeld alleen de donorrol?'
Wie is je partner?
De deelnemers hebben van hun partners een paspoort gemaakt. Aan de hand van de inhoud daarvan bevragen andere deelnemers hen over hoe de relatie met hun zuidelijke partner ervoor staat. Tijdens de gesprekken komen allerlei worstelingen naar voren: ‘Ik heb er last van dat ik jong ben, de counterpart is gevoelig voor status, en daardoor krijg ik maar moeilijk iets voor elkaar', ‘Ik weet niet zeker of mijn partner en ik wel hetzelfde willen. Ons geld is bestemd voor leertrajecten, maar onze partner duidt op de printer die dankzij onze steun op hun kantoor prijkt'. ‘De relatie met noordelijke ngo's is van levensbelang voor zuidelijke partners. Wij doen soms of dat niet meetelt, dat het alleen om kennis draait'.
Uit de ervaringsverhalen blijkt dat een duurzame relatie vaak minder problemen kent. Vertrouwen opbouwen neemt veel tijd in de praktijk.
Triviant, een serieus spelletje
Het is tijd voor triviant! Tijdens dit spel worden deelnemers uitgedaagd om te zeggen hoe ze denken over dimensies die bepalend blijken te zijn voor culturen. Bijvoorbeeld: Wie is de mens in relatie tot de natuur of lijden. Tijdens het spel blijkt dat zelfs tussen mensen uit je eigen cultuur hele fundamentele verschillen kunnen bestaan.
Bijvoorbeeld de vraag ‘of lijden zin heeft' roept veel reacties op. Wat literatuur werpt licht op de zaken. Waarden zijn het diepst verankerd in een cultuur. Gek genoeg worden die waarden vrijwel nooit openlijk bediscussieerd. Edward T. Hall zegt het zo in zijn boek: 'Culture hides more than it reveals. Strangely enough, what it hides it hides most effectively from its own participants.'
Een deelnemer over het triviantspel: ‘Leuk om te ontdekken dat je toch veel deelt. In onze groep was er weinig heftige discussie. We stonden het langst stil bij ‘is de mens te vertrouwen?' en dat in relatie tot ontwikkelingswerk. Ook de vraag wat je ten diepste drijft, hoe je tegenover religie staat bleek interessante stof om wat langer over te praten.‘
Nog een deelnemer aan het woord: ‘Ik heb geleerd dat je toch een ander beeld kunt hebben bij begrippen als lijden en zin. Dat je daar een ander gevoel bij hebt. Daar moet je dus ook in internationale relaties heel alert op zijn.
Ontwikkelingssector
De organisatie van de ontwikkelingssector heeft ook invloed op relaties. In kleine groepjes konden de deelnemers hun beeld van de sector tekenen. Waar het ene groepje probeerde om compleet te zijn, ontstond in een ander groepje een cartoon van allerlei typische situaties die zich voordoen door wisselend beleid en verschillende belangen van actoren in de sector.
The 'Western mind'
In de avond werd een documentaire van de VPRO bekeken. Het was een aflevering van ‘Tegenlicht' waarin Kishore Mahbubani uit Singapore centraal stond naar aanleiding van zijn boek: ‘The New Asian Hemisphere'. In de documentaire maakt hij op macroeconomisch niveau duidelijk hoe de verhoudingen aan het veranderen zijn, en dat ‘het Westen' flexibel moet zijn en moet onderkennen wat er in Azie en elders gaande is.
De spiegel die hij de westerse wereld voorhoudt, zorgde voor heel gevarieerde reacties. Van positief en helder inzichtelijk tot afwijzend vanwege de generaliserende toon over ‘The Western mind'.
Dillema's
De tweede dag was er tijd om dillema's in internationale relaties te bundelen. In verschillende groepssessies deelden de deelnemers hun mening en zochten ze naar het formuleren van de belangrijkste agendapunten waar ze graag met zuidelijke ngo's over in gesprek willen.
Voorbeelden: ‘In hoeverre geef je je eigen werkwijze op voor samenwerking? Hoe sterk kan je je eigen identiteit en werkwijze vasthouden zonder zelf in het Zuiden aanwezig te hoeven zijn?' of ‘Hoe definieer je een succesvol resultaat dat door jezelf en voor je partner gedragen wordt' en ‘Hoe kan je de autonomie van de partner waarborgen als je zelf een implementerende organisatie bent (en niet alleen een fonds wilt zijn)?'
Mijn droom is...
In een dromensessie mocht iedereen vervolgens zijn gewenste relatie met een zuidelijke partner verwoorden. Na de dromensessie werd een stukje theorie ingebracht om ons weer met de benen op de grond te zetten. De mate waarin volken gericht zijn op relaties of op het sluiten van een deal zijn in internationaal zakendoen een doorslaggevend cultuurverschil.
Er zijn nog andere dimensies, maar deze heeft vaak de meeste invloed. Een deelnemer kon dit met een sprekend voorbeeldje beamen: 'In Nederland kan ik als ik onze secretaresse begroet heb meteen ter zake komen. In Chili zit ik eerst een half uur koffie te drinken voordat dat mogelijk is.'
Wordt vervolgd
In een opgetogen sfeer werd de tweedaagse afgesloten. Het huiswerk werd verdeeld zodat de dilemma's die naar voren zijn gekomen, uitgewerkt kunnen worden in praktijkverhalen. Hoe kijkt een van de jonge deelnemers terug op deze tweedaagse?
‘Positief! Veel geleerd. De werkvormen waren wel veel op ‘elkaar' gericht. Daardoor stuit je steeds op elkaars problemen in plaats van dat je handvatten van buiten krijgt aangereikt. De theoriesessies tussendoor gaven me meer kennis en inzicht. Van mij had er wel wat meer literatuur behandeld mogen worden.'
Op 1 april 2009 worden de praktijkverhalen uit het noordelijke en zuidelijke voorbereidingstraject bij elkaar gevoegd. De deelnemers zullen daar over en weer op reageren. Op die manier zal de agenda voor de Moshi dialoog ontstaan.
Disclaimer - Colofon -
ISO 9001:2008