Veronique Ehlen is bij het Medisch Comité Nederland-Vietnam (MCNV) beleidsmedewerker en programma-adviseur voor Laos en Vietnam. In die hoedanigheid bezocht zij onlangs een stafmeeting voor alle MCNV-medewerkers in Vietnam.

Foto van Veronique tijdens
haar reis naar Vietnam
Daar was ook Lan Ha Thi Chi, een ergotherapeute die zes maanden in Vietnam werkt. Een interview met haar is ook op deze site te lezen. Veronique en Lan hebben een aantal dagen met elkaar opgetrokken. We vroegen Veronique naar haar ervaringen.
Veronique, hoe is deze uitzending door MCNV via het Cross Over-programma eigenlijk tot stand gekomen?
Veronique: 'Wij werken samen met verschillende partners in Vietnam, waaronder het betreffende revalidatieziekenhuis in de Phu Yen-provincie, een afgelegen rurale streek. Zij benaderden ons met het verzoek of wij een expert konden sturen om hen te ondersteunen. De staf daar voelde zich niet in staat om goede diagnoses te stellen en behandelplannen te maken, ze wilden meer diagnose- en revalidatietechnieken leren. Ongeveer op hetzelfde moment kregen we contact met Lan, een ergotherapeut uit Alkmaar. Haar ouders zijn uit Vietnam naar Nederland gevlucht en zij is hier opgegroeid. Zij wilde graag wat voor Vietnam betekenen. Daarnaast hoorden we over Cross Over. Dus alles kwam op dat moment mooi samen. Wel bijzonder.'
Verloopt het project zoals jullie hadden verwacht?
Veronique: 'Eigenlijk zelfs beter! Lan kwam naar het ziekenhuis met de insteek te helpen met de technische kanten van haar werk. Maar ze werkt ook duidelijk mee aan de managementkant, en helpt bij vraagstukken als: hoe stel je processen op, hoe zet je een effectief overlegsysteem op, hoe werk je efficiënt op organisatieniveau. Dat heeft bij ons wel voor een leermoment gezorgd. Wij moeten als MCNV ook goed letten op organisatiecapaciteit van potentiële uitgezondenen. En dit ziekenhuis is voor ons inderdaad een zwakke partner in dat soort capaciteit; in Vietnam leren gezondheidswerkers nog niet veel over management zelfs niet met betrekking tot hun eigen patiënten en cliënten.
Wat is de meerwaarde van Lan boven een willekeurige Nederlandse ergotherapeut?
Veronique: 'Ik denk dat het niet makkelijk is om Nederlanders in te zetten in dit afgelegen en rurale gebied. Het is best een pittige plek om te zijn, zo ver van de bewoonde wereld. Dan moet je wel echt een drive hebben. Tweede generatie Vietnamezen in ons land hebben die vaak wel. Ze hebben niet meer de oorlogstrauma's, het gaat ze goed en ze willen graag wat terugdoen voor hun moederland. Dat scheelt wel. Verder kom je in dit ziekenhuis met Engels slecht uit de voeten en Lan spreekt basaal Vietnamees. De lokale partner heeft vertrouwen in haar, ook omdat ze dezelfde culturele achtergrond heeft. En daarnaast neemt ze wel nieuwe, westerse informatie met zich mee. Toen ik zelf drie jaar in Vietnam woonde, heb ik ervaren dat je toch altijd een buitenstaander blijft. In het afgelegen gebied waar ik werkte, was ik als Nederlandse gewoon een lokale attractie. Dat is best pittig. Lan wordt makkelijker geaccepteerd. Wat ook belangrijk is, is dat Lan al acht jaar werkervaring heeft als ergotherapeute. Het merendeel van de tweede generatie Vietnamezen met wie MCNV contact heeft, is student of is net afgestudeerd. Lan heeft meer levenservaring, en dat wordt door de Vietnamese partner erg gewaardeerd.'
Proeft deze eerste ervaring met Cross Over naar meer?
'Voor ons is dit een soort try out, om te zien of een professional van Vietnamese afkomst uit te zenden efficiënter werkt dan een autochtone Nederlander. Een Vietnamese Nederlander heeft de taal en cultuur als voordeel, plus de westerse, meestal meer moderne technische kennis dan wat lokaal aanwezig is. De uitkomsten zijn vooralsnog positiever dan verwacht. We zouden dit zeker nog wel een keer willen doen, als onze partners daaraan behoefte hebben natuurlijk. Maar voor ons is dit een positieve ervaring, en we staan open voor een herhaling daarvan!'