De heer Asmellash komt van oorsprong uit Ethiopië, maar woont al sinds jaar en dag in Nederland. Hij is werkzaam bij Stichting Dir. Die organisatie heeft zowel een kantoor in Nederland als in Ethiopië. In Nederland richt de stichting zich vooral op de integratie van de Ethiopische gemeenschap in de Nederlandse, onder meer door taalcursussen aan te bieden. In Ethiopië richt men zich op ontwikkelingshulpprojecten. Mulugeta is in november 2007 naar Ethiopië vertrokken en zal daar in totaal achttien maanden verblijven.

Mulugeta (rechts) bij een blindenconferentie
Waar houdt u zich in Addis Ababa mee bezig?
Mulugeta: 'Met projecten gericht op capaciteitsopbouw van kleinschalige initiatieven. En gericht op het ontwikkelen en professionaliseren van onze eigen organisatie in Ethiopië. Om een voorbeeld te geven: in Ethiopië bestaan twintig tot dertig kleine zelforganisaties van blinden en slechtzienden. Die kennen elkaar niet zo goed, er is geen netwerk. Elke organisatie richt zich op een specifieke doelgroep: meisjes, ouderen, scholen. Ze hebben een algemeen doel, maar ze zien elkaar eerder als concurrenten. Wij hebben alle organisaties bij elkaar gebracht. Inmiddels hebben ze ook contact met Nederlandse organisaties van blinden en slechtzienden, waar ze ook weer van kunnen leren. Vanuit Nederland was ik hier al langer mee bezig, maar ik heb wel gemerkt dat alles veel sneller gaat sinds ik in Ethiopië werk.'
We hoorden dat jullie ook veel met Nederlandse stagiairs werken?
'Dat klopt. Elke vier maanden komen hier studenten van Hogeschool Windesheim uit Zwolle naar toe om stage te lopen. Deze maand komen er weer vijftien. Ze helpen ons bijvoorbeeld op het gebied van personeelszaken of marketing. Ik ben voor hen aanspreekpunt. Dat heeft twee grote voordelen: ik kan hen begeleiden in het Nederlands en ook de brug slaan naar de Ethiopiërs.'
Wat is volgens u het grootste voordeel van uw culturele achtergrond in het werk dat u nu doet?
'Ik werk samen met vijftien Ethiopische medewerkers van Dir. En ik vind de structuur hier al lastig. In Ethiopië is die heel hiërarchisch: je hebt bazen en onderbazen en de besluitvormingsprocedures zijn heel ondoorgrondelijk. Mensen hier denken ook vaak in geld als oplossing, terwijl het gaat om ideeën. Dat zijn culturele aspecten die lastig zijn, zelfs al voor mij. Voor iemand die de taal en cultuur niet machtig is, zou dat helemaal problematisch zijn. Er bestaat nu eenmaal een kloof tussen Nederlanders en Ethiopiërs. Ze krijgen een andere status, of ze willen of niet, ze blijven buitenlanders. Er is wel sprake van een wij-zij mentaliteit. En ook al woon ik al 29 jaar in Nederland, ik blijf een van hen. Zo kan ik een vertaalslag maken van wat in Nederland kan en mogelijk is naar de Ethiopische situatie. Daarnaast ben ik een makkelijk aanspreekpunt voor de Nederlandse organisaties. En ik kan de Ethiopiërs leren wat het Nederlandse referentiekader is.'