Hij is de Commissaris van de Koningin in Flevoland. Leen Verbeek is een maatschappelijk betrokken man, die van aanpakken houdt. En sinds begin mei is hij bestuurslid van PSO. Het kersverse bestuurslid heeft net zijn eerste vergadering achter de rug en dat beviel hem. Verbeek moet alleen nog zijn plekje vinden. ‘Als nieuwkomer kan ik niet meteen om me heen gaan slaan.'
De 55-jarige Verbeek is sinds 1988 actief in de ontwikkelingssamenwerkingsector. Het begon allemaal toen hij terecht kwam in het hoger beroepsonderwijs (HBO) in Utrecht. De onderwijsinstelling was bezig met internationalisering.
In zijn tijd in het HBO werkte Verbeek mee aan talloze projecten, vooral in Latijns Amerika. Zo bouwde hij een groot netwerk en vergaarde hij kennis over het landschap van de ontwikkelingssamenwerkingsector.
‘Ik kende hierdoor PSO al,' legt Verbeek uit. ‘Ik kan me door mijn ervaring verplaatsen in de situaties die zich voordoen als je actief bent in ontwikkelingslanden. Verder kan PSO profiteren van mijn netwerk in Latijns Amerika.'
Verbeek heeft niet alleen zijn netwerk en zijn kennis van het ontwikkelingslandschap te bieden. Hij wil ook kritische vragen stellen over de te volgen koers van PSO. ‘Het is belangrijk om een verbinding te maken tussen beleid en praktijk,'zegt de oud-burgemeester van Purmerend.
‘De leden van PSO zijn verschillend in hun activiteiten. Het is daarom belangrijk om beleidskaders te maken waarin al die organisaties zich kunnen vinden om hun werk optimaal te kunnen doen.'
Dat is niet alles. ‘Er moet ook ruimte zijn voor discussie, dus PSO's opvatting over wat ze wel en niet goed vindt, moet besproken kunnen worden door de leden. Zo kom je tot kaders waar iedereen zich in kan vinden.'
Verbeek houdt van aanpakken en hierbij horen concrete resultaten. Dat is precies wat hem aanspreekt aan de ontwikkelingssector. Hij is betrokken bij een aantal nog lopende projecten in Guatemala en Costa Rica.
‘In Guatemala werden arbeiders op koffieplantages uitgebuit door de eigenaren. We hebben een project opgezet om daar een einde aan te maken. We hebben in de afgelopen jaren zes dorpen gebouwd voor die mensen. Daardoor zijn ze zelfstandiger geworden.'
‘En in Costa Rica hebben we naast herbebossingprojecten, culturele projecten met verschillende Indianenstammen, zoals de Bribri en Guayami, om hun taal en cultuur te behouden. Verder hebben we kleine microkredietprojecten. Al die activiteiten verbeteren echt het leven van de mensen. Dat is tastbaar. Vandaar mijn affiniteit met ontwikkelingswerk en capaciteitsopbouw.'
Wat heeft PSO Verbeek te bieden? ‘Ik ben gevraagd om bestuurslid te worden. Ik zie dat als het vervullen van mijn maatschappelijke plicht en het nemen van mijn verantwoordelijkheid,' zegt hij. ‘Door in het bestuur van PSO te gaan zitten, krijg ik inzicht in het werk van andere organisaties. Kortom, een breder beeld van de ontwikkelingssamenwerkingsector.'
Verbeek houdt van aanpakken. Maar wat wil hij de komende drie jaar aanpakken bij PSO? ‘Ik kan nu niet zeggen wat ik ga doen. Als nieuwkomer moet ik me eerst even inwerken en mijn plekje veroveren voordat ik om me heen kan gaan slaan. Vraag me maar aan het einde van de rit wat ik bereikt heb.'