Tijdens het populaire Café Humanitaire op 20 mei 2010 sprak als eerste Bea ten Tusscher over haar praktijkervaringen met het verminderen van risico’s bij rampen. Zij is oud-ambassadeur van Guatemala en Bangladesh en momenteel directeur bij Buitenlandse Zaken van de themadirectie DMH (Mensenrechten, Emancipatie, Goed Bestuur en Humanitaire Hulp). Daar houdt zij zich onder andere bezig met het beleid van de Nederlandse overheid op het gebied van Disaster Risk Reduction (DRR).
Tijdens Bea Ten Tusschers verblijf als ambassadeur in Bangladesh, heeft ze veel grote en kleine rampen meegemaakt. Hierdoor vroeg zij zich steeds meer af hoe je die nu beter kunt voorkomen. Hoe kun je het voorkomen van rampen in je programma’s inbouwen? Tijdens haar jaren in Bangladesh heeft ze ervaren wat preventie en mitigatie van rampen kan betekenen voor de vermindering van het aantal slachtoffers van rampen.
Vooral de samenwerking van gemeenschappen met elkaar en met de overheid spelen daar een grote rol in, maar ook de samenwerking met het leger en de politie.
Het is ook van belang dat inspanningen van de donorgemeenschap aansluiten bij het beleid van de lokale overheid. Als er geen politieke wil is in de landen zelf, dan hebben veel initiatieven weinig kans van slagen.
Ook in Nederland kreeg Disaster Risk Reduction (DRR) bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken lange tijd niet de aandacht die het verdient. Mede dankzij de inspanningen van het Nederlandse DRR-platform, een samenwerkingsverband tussen een aantal ontwikkelingsorganisaties in Nederland die DRR prominenter op de agenda probeert te zetten, is dit beleid aan het veranderen.
Momenteel ondersteunt de Nederlandse overheid de Global Facility for Disaster Reduction and Recovery (GFDRR) en gaat er ook direct geld naar programma’s ter preventie van rampen, wat neer komt op zo’n tien procent van het totale bedrag. Daarnaast wijst de overheid ambassades op de noodzaak van DRR en disaster mitigation. Volgens Bea ten Tusscher zijn de nieuwe dreigingen van rampen enorm, en het is niet genoeg om uitsluitend aan noodhulp achteraf te doen.
Mevrouw Ten Tusscher bracht haar collega Joris Jurriëns mee. Hij is DRR-expert bij de humanitaire hulp afdeling van de DMH-directie, en net terug uit Japan voor een internationale bijeenkomst over rampenrisico’s. Hij vertelde de aanwezigen op het Café Humanitiare dat het dilemma van Buitenlandse Zaken hetzelfde is als dat van veel ngo's: hoe kun je de geesten open krijgen voor DRR? Hoe kun je rampenrisicovermindering mainstreamen in de programma’s? Daar heeft ook het Ministerie nog een slag te slaan.
Het Global Facility speelt een grote rol in het hoger op de agenda zetten van risicovermindering binnen internationale samenwerking en dat wordt gedragen door een breed netwerk van landen. De Global Facility heeft twintig prioriteitsgebieden en probeert aan te sluiten bij die landen die zelf ook investeren in vermindering van rampenrisico’s.
Het verhaal wordt compleet met een bijdrage van Sasja Kamil, lid van het Nederlandse DRR-platform met het Nederlandse ngo-perspectief. Zij legde uit dat veel organisaties DRR aanvankelijk alleen binnen de noodhulp afdelingen pasten. De vraag was telkens of DRR meer onder ontwikkelingssamenwerking valt of onder noodhulp. Bij een aantal organisaties is het inmiddels geïntegreerd in de thema’s, maar hier is heel wat tijd overheen gegaan.
Het DRR-platform wil kennis uitwisselen tussen verschillende organisaties, en onderhoudt ook het contact met de internationale netwerken. Ook klimaatverandering en ecosystemen zijn onderwerpen waar het platform zich steeds meer mee bezighoudt.
Na de presentatie was er zoals gebruikelijk korte tijd voor vragen en discussie met de bezoekers van het Café. Thea Hilhorst sloot vervolgens af met het bedanken van de sprekers en gaf aan blij te zijn dat er een nieuw geluid was vanuit het Ministerie als het gaat om Disaster Risk Reduction.