Bezoek aan Ghana met Margo Kooijman (directeur PSO) aan diverse organisaties, de ambassade en een Tripartite Partnership Project (TPP) op het gebied van sanitaire voorzieningen in Ashaima, een sloppenwijk in de stedelijke agglomeratie van Accra. Maandag 22 tot en met woensdag 24 februari 2010.
Op maandagochtend werden wij door Trend ontvangen. Trend is een ngo in Ghana en een partner van ons lid IRC. Trend speelt een belangrijke rol op het gebied van watermanagement en verbetering van sanitaire voorzieningen. Eugene Larbi, de team leader, ontving ons eerst. Daarna kregen wij een uitstekende presentatie van Abu Wumbei, coördinator van het network inzake water and sanitation. Concreet spraken wij met name over de grote noodzaak om kennis te delen op het gebied van water, sanitation en hygiene (wash) in Ghana. Daarvoor is het Resource Centre Network (RCN) opgezet.
Naast Trend (Ghanees) en IRC (Nederlands) behoorde WaterAid (Brits) tot de initiatiefnemers. Het netwerk is pas goed van de grond gekomen, nadat er meer Ghanese partijen gingen participeren, zoals Water Aid Ghana, Water Research Institute and KNUST-department of Civil Engineering en er fondsen kwamen voor een goed secretariaat.
Een goede watervoorziening en aanvaardbare sanitaire voorzieningen zijn een groot probleem in Ghana. Veel arme bewoners van de steden en het platteland hebben geen of hoegenaamd geen toegang tot gezond water. Voor de regering heeft dit een hoge prioriteit. De minister voor Water Resources, Works and Housing, de heer Albert Abongo, organiseerde om die reden van 20-22 oktober 2009 het eerste Ghana Water Forum: 'Accelerating Water Security for Ghana's Socio-economic Development'. Het is mede dankzij het Resource Centre Network dat het onderwerp zo prominent op de politieke agenda is gekomen.
PSO vervult daar een positieve rol in, omdat wij RCN (mede) mogelijk maken en ondersteunen bij het leren over het effectief werken in een kennisnetwerk.
Tijdens de presentatie vernamen wij over het Tripartite Partnership Project. In dit project doet Trend onderzoek naar alternatieve managementmodellen voor water en sanitaire voorzieningen in arme wijken. In Ashaima, een sloppenwijk van circa 200.000 inwoners worden de komende 1,5 jaar schone publieke sanitaire voorzieningen gebouwd met steun van de African Development Bank. Wij vroegen of wij het project op locatie mochten bekijken. Dat gebeurde op woensdag 24 februari.
Voordat wij vier locaties in de sloppenwijk bezochten, werden wij ontvangen door de benoemde burgemeester (municipal chief executive), Numo Adinortey Addison en een aantal van zijn raadsleden. Later dit jaar zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Ongeveer 60 procent gaat stemmen, liet men ons weten.
De bewoners hebben hun 'wijken' met de nodige gevoel voor humor de volgende namen gegeven: Jeruzalem, Jordanië, maar ook Noorwegen. Er zijn veel kerken, ongeveer 60 procent is christelijk en 40 procent moslim. Zij leven in harmonie onder zeer gebrekkige omstandigheden.
De situatie met de rioleringen is ten hemel schreiend. Behoeftes worden in open en stinkende riolen gedaan of in de weinige volstrekt onhygiënische publieke toiletten. Het project is dan ook essentieel om de omstandigheden van de allerarmsten te verbeteren. De nadruk ligt op het management, want een openbaar toilet neerzetten is een ding, maar het moet wel goed onderhouden worden en hygiënisch gebruikt. Het is wel een voorbeeld waar Nederland met zijn specifieke kennis op het gebied van water en sanitaire voorzieningen echt toegevoegde waarde kan leveren. Het is mij wel duidelijk dat de kans van slagen toeneemt wanneer aan de volgende randvoorwaarden wordt voldaan:
• inbedding in nationaal, regionaal en lokaal beleid;
• steun en commitment door krachtige lokale ngo's;
• technische kennis uit het Noorden (in casu Nederland en Verenigd Koninkrijk);
• een lokaal netwerk waar partijen van elkaar kunnen leren. Hier levert PSO een bijdrage;
• strak management gericht op executie;
• een betrouwbare private partij die levert (water, voorzieningen).
Het blijft wel wrang dat wij op weg van Accra naar Ashaima tot twee keer gesprongen waterleidingen kostbaar water zagen vermorsen. Op die manier begrijp ik dat slechts 50 procent van het geproduceerde water de eindgebruiker haalt. Een andere ironische waarneming is dat bijna letterlijk aan de andere kant van de snelweg, waar de sloppenwijk is gelegen, enorme villa's verrijzen.
Op 22 februari hadden wij ook een bespreking inzake het Sustainable Forest Management Programme Ghana and Liberia. Dit initiatief wordt gefaciliteerd door ICCO ter plaatse in de persoon van Esi Sey Johnson. ICCO heeft zes verschillende partijen bijeen gebracht die allen betrokken/geïnteresseerd zijn om op een verantwoorde en duurzame wijze met grond om te gaan. In bepaalde delen van Ghana vindt ontbossing plaats in verband met de houtproduktie. Goud, hout, cacao en sinds kort olie zijn de exportprodukten voor Ghana. Het delven van goud en andere grondstoffen (bauxiet) gaat ook ten koste van de natuur.
De groep die ICC0 bij elkaar brengt, bestaat ondermeer uit Friends of the Earth, Rural Development and Youth, Agribusiness in Sustainable Natural African Plan Products en een vertegenwoordiger van een traditionele raad. Die raden gaan over het gebruik van de landbouwgrond in grote delen van Ghana. PSO ondersteunt dit initiatief van ICCO. Hoewel de netwerkgedachte zinvol lijkt voor de goede zaak die wordt nagestreefd, bevindt het initiatief zich nog in een startfase. Communicatie over doelen wordt straks heel belangrijk. Uiteindelijk zal deze relatief kleine groep moeten zien uit te groeien naar een invloedrijke partij op het nationale toneel als het om het 'issue' van de ontbossing en andere landdegradatie gaat.
Dinsdagochtend vroeg bezochten wij Theophilus Otchee Larbi van IWMI (International Water Management Institute). Los van het feit dat zij ook betrokken zijn in het RCN-project ging het die ochtend met name over de RUAF Foundation. De RUAF Foundation is qua secretariaat in Nederland gevestigd. RUAF werkt in drie continenten en 18 landen samen met verschillende partners. Er zijn vier regionale centra en een globale.
Het doel is om lokale initiatieven op het gebied van urban agriculture te stimuleren, ondermeer door samenwerking met lokale, regionale, nationale en internationale partijen. Bij dat laatste moet worden gedacht aan IDRC (Urban Poverty and Environment Programme), FAO (Food for the Cities Initiative), CGIAR (Urban Harvest Programme) en UNDP/Habitat (Sustainable Cities Programme).
Urban agriculture is de produktie en marketing van voedsel (groenten, fruit, melk, eieren, vlees, champignons etc.) en andere gewassen en zaden in stedelijke gebieden. Men schat dat in Afrika 90 procent van de geconsumeerde groenten door telers in stedelijke gebieden wordt verbouwd. Vaak is de watervoorziening gebrekkig en is er sprake van onhygiënische toestanden en zijn landrechten niet geregeld.
IWMI zet in Ghana het issue van 'urban agriculture' op de politieke agenda. Daarnaast wordt er aan telers/boeren voorlichting gegeven, alsmede cursussen (From seed to table). Er wordt veel kennis gedeeld en informatie uitgewisseld. Alles bij elkaar nuttig, maar ook hier vraag ik mij af of de doelen soms niet wat concreter kunnen zijn. Praten is goed, uitwisselen van ideeën ook, kennis delen helemaal, maar soms is een concreet tijdpad met realisatiemomenten ook heel prettig. Bij dit project is de professionaliteit aanwezig. Dat wel.
Later op de dinsdagmiddag brachten we een bezoek aan de Britse tegenhanger van SNV, VSO (Volunteers Service Overseas). De Nederlandse tak is lid van PSO. Het project waaraan PSO bijdraagt is het invoeren van organisatieleren bij o.a. de Vereniging van Blinden in Ghana. Naar schatting zijn er circa 500.000 blinden, op een totale bevolking van 26 miljoen. Het landelijk bestuur zetelt in Accra, alsmede het secretariaat.
Wij spraken met de directeur, Peter Obeng en de adviseur voor het regionale leerprogramma, Alfred Kuma. Peter gaf ons een uiteenzetting hoe de Ghana Association of Blind georganiseerd is. Alfred ging in detail in op het leerprogramma. Daarnaast waren nog twee vrijwilligers aanwezig. Het werd duidelijk dat er een behoorlijk aantal verbeterpunten mogelijk is om in het veld, de dorpen, de blinden daadwerkelijk die ondersteuning te geven die nodig is. Kennelijk is de afstand tussen centraal en lokaal soms groot.
Verder viel ons op dat lokale ngo’s als de Ghana Association for Blind nog niet de antenne hebben uitstaan om zelf lokaal in Ghana aan fundraising te doen. Men wil terecht veel zelf op locatie, gezamenlijk met de noordelijke partner(s) in de zin van ondersteuning, maar vroeg of laat moet er sprake zijn van meer onafhankelijkheid (the shift to the South), ook financieel. Ik was diep onder de indruk van het feit dat veertig vrijwilligers van VSO over heel Ghana actief zijn, vaak onder redelijke primitieve omstandigheden.
Ten slotte hadden wij op woensdagochtend een gesprek op de Nederlandse ambassade met Michiel Bierkens. Hij informeerde ons op deskundige en volledige wijze over de Nederlandse OS-hulp aan Ghana. Hij was goed ingevoerd, belangstellend naar wat PSO deed en in zijn algemeenheid naar het werk van ngo's.
Uiteraard stonden wij ook kort stil bij het OS-debat in Nederland en het rapport van de WRR 'Minder pretentie, meer ambitie'.
Hoewel drie dagen een redelijk korte periode is, hebben wij een goede indruk gekregen van de PSO-projecten.
Het belang van de 'civil society' is mij meer dan eens duidelijk geworden. Wel is betrokkenheid van overheid (nationaal/regionaal of lokaal) noodzakelijk om goede initiatieven van onderop beter te laten beklijven in meer institutionele veranderingen.
Ontwikkeling is zeer land/regio gebonden, complex en diffuus, soms ook heel moeilijk meetbaar, maar bovenal meer dan de moeite waard om aan te werken.
Marnix van Rij